North American AT-6 Harvard (more than 1 picture/meer dan 1 foto)

 

In the late Thirties this aircraft was used for advanced training after the first hours of trying to gain the basic skills. In the USA it was known as "Texan". The British called it "Harvard". The AT-6 was the main advanced trainer for single-engine aircraft. The USAAC precured about 10.000 of them. The US Navy also used the Texan, employing about 1.900 of the two-seat trainers, designating it as the SNJ, with models running from SNJ-1 to SNJ-6.
The Texan was powered by a 600 hp Pratt and Whitney R-1340 engine with that recognizable sound.
A distinctive characteristic is the shape of the rear fin. A rounded tail was used in the early models. The triangular fin and the blunt wingtips were the signature of the 1940 and on SNJ-3 and AT-6.
All U.S. Army Air Force pilots received their advanced training in the Texan during WW II as well as most of the allied nations.
The Dutch Air Force also had a number of those two-in-tandem crewed AT's, or T-6's, as they were called later on. And like the British, the Dutch called them "Harvard".

Vanaf het eind van de dertiger jaren werd dit toestel gebruikt voor de voortgezette training na de eerste uren, waarin men probeerde de basisvaardigheden te verkrijgen. In Amerika werd het "Texan"genoemd. De Engelsen noemden het "Harvard", De AT-6 was de belangrijkste trainer voor éénmotorige vliegtuigen. Het USAAC had er ongeveer 10.000. Ook de US Navy gebruikte de Texan, en had zo'n 1900 van die tweezitters in dienst, aangeduid als SNJ, met modellen van SNJ-1 tot SNJ-6. De Texan werd aangedreven door een 600 pk Pratt and
Whitney R-1340 motor met dat onmiddellijk herkenbare geluid.
Karakteristiek is de vorm van de staart. Een ronde staartvin werd gebruikt in de eerste modellen. De driehoekige vin en de stompe vleugeltips waren de herkenningstekens vanaf 1940 en bij de SNJ-series tot aan de AT-6.
Alle USAAF piloten ontvingen hun voortgezette training in de Texan tijdens de Tweede Wereldoorlog, evenals de meeste van de geallieerde naties.
Ook de Nederlandse luchtmacht had een aantal van deze AT's, of T-6's, zoals ze later werden aangeduid. En evenals de Engelsen, noemden de Nederlanders hen "Harvard".