
Grumman US-2N Tracker (more than 1 picture/meer dan 1 foto)
| In 1950 the US Navy
required a new carrier borne anti-submarine aircraft which would combine
the hunter/killer roles into one airframe. Grumman came with a
twin-engined proposal, which was accepted for production. It could operate
from carriers and land bases. It had a longer combat range than earlier
planes. It had the latest electronics and radar equipment, f,i, the MAD (Magnetic
Anomaly Detection) in a retractable boom in the rear fuselage. For night
use a 70-million candlepower searchlight was fitted in the starboard wing.
The prototype XS2F-1 first flew in December 1952. Two years later the
first examples were delivered to the US-Navy. More than 100 were supplied
to other nations, such as Brasil, Italy, The Netherlands and Japan. Later
on, The Netherlands and Italy received additional Canadian-built aircraft.
In November 1962 all US-Navy designations were changed, the new name being
S-2N. Nr. 160 had its base at Valkenburg (tail code V). It did not fly from the carrier Karel Doorman. After in 1968 this carrier got out of service, all Trackers were landbased. A number of Trackers was sold to Turkey. In 1972 four S-2Ns were converted to target towers and got the designation US-2N. The last Tracker flight occurred on October 1st, 1975, when No. 159 and No.160 flew to De Kooy to get stored. The new replacement was the Brequet Atlantic. In September 2003 No. 159 was transferred to the new museum Aviodrome (Lelystad). No. 160 still is in the museum at Soesterberg. In 1950
vroeg de US-Navy om een nieuw vliegtuig voor onderzeebootbestrijding vanaf
vliegdekschepen. Dit moest de taken van opsporen en vernietigen gaan
combineren. Grumman stelde een tweemotorig toestel voor, dat voor
productie werd geaccepteerd. Het kon opereren van carriers en van bases op
het land. Het kon langer in actie blijven dan vroegere toestellen. Het had
de modernste electronica en radar uitrusting, b.v. de MAD (Magnetische
opsporing van onregelmatigheden) in een intrekbare cylinder in het
achterste deel van de romp. Voor gebruik bij nacht was een zoeklicht met
een sterkte van 70 miljoen kaars in de stuurboordvleugel aangebracht. Het
prototypeXS2F-1 vloog voor het eerst in December 1952, Twee jaar later
werden de eerste exemplaren aan de US-Navy overgedragen. Meer dan 100
werden er geleverd aan andere landen, zoals Brazilië, Italië, Nederland en
Japan. Later ontvingen Nederland en Italië nog in Canada gebouwde
toestellen. In november 1962 werden alle US-Navy benamingen veranderd. De
nieuwe naam werd S-2N.
De Nr. 160 in
een hangar.
|
Nr. 160 met
pensioen in het Luchtmachtmuseum Soesterberg.
(foto: Jan Brouwer)

