The Anson, nick name "Faithful
Annie", was one of the first monoplanes to be adopted by the R.A.F. The
first Ansons were built as general reconnaissance aircraft, and although
almost obsolescent by the time war was declared in 1939. they formed
the back bone of Coastal Command until replaced in 1941.
The particular aircraft selected for this model is typical of the early
war time Ansons. Operated by 217 Sqn R.A.F. this aircraft was flown by an
all Dutch crew and carries the triangular fin markings then used by Dutch
aircraft. By the way, on May 6th, 1941, from Dutch crews in 217 and 48 Sqn,
the 320 Sqn was put into service.
After 1941 the Anson was withdrawn from front line service and used for
crew training and communications.
The Anson 1 was powered by two Armstrong-Siddely Cheetah engines, each of
350 hp, giving a maximum speed of 188 m.p.h. and a range of approx. 750
miles. In the first versions crew members had to bring the landing gear up
or down by hand. Total British production reached 8.138 machines, apart
from over 2.000 built in Canada.
After the war Ansons were still built for some time. In 1946 the Dutch Air
Force bought 25 Ansons for the training of navigators.
De Anson met de bijnaam "Faithful
Annie" (trouwe Annie) was één van de eerste eendekkers, die de R.A.F. in
gebruik nam. De eerste Ansons werden gebouwd als verkenners, en hoewel
bijna verouderd tegen de tijd, dat in 1939 de oorlog werd verklaard,
vormden zij de ruggegraat van Coastal Command tot hun vervanging in 1941.
Het voor het afgebeelde model gekozen toestel is typerend voor de Ansons
uit het begin van de oorlog. In dienst bij 217 Sqn R.A.F. werd dit toestel
gevlogen door een geheel Nederlandse bemanning en het draagt dan ook het
driehoekige staartembleem, dat de Nederlandse luchtmacht toen gebruikte.
Tussen twee haakjes, op 6 mei 1941 werd het 320 Sqn in dienst gesteld,
bemand door leden van 217 en 48 Sqn.
Na 1941 werd de Anson teruggetrokken uit de frontlijndienst en gebruikt
voor het trainen van bemanningen en voor verbindingen.
De Anson 1 werd aangedreven door twee Armstrong-Siddely Cheetah motoren,
elk van 350 pk, die het toestel een snelheid gaven van 188 mijl per uur en
een bereik van ongeveer 750 mijl. In de eerste uitvoeringen moesten de
bemanningsleden het landingsgestel met de hand intrekken of neerlaten. De
totale Britse productie bedroeg 8138 machines, afgezien van meer dan 2000
toestellen, gebouwd in Canada.
Na de oorlog werden nog enige tijdlang Ansons gebouwd. In 1946 kocht de
Nederlandse Luchtmacht er 25 voor de opleiding van o.a.
waarnemers/navigators.
 |