|
Nakajima Ki 43-I Hayabusa (Oscar) (more than 1 picture/meer dan 1 foto) In December 1937 the Imperial Japanese Army (IJA) adopted the Nakajima Ki-27. By then an Army contract already was in the works to begin design and prototype construction for a "next generation" fighter which would be called K-43. When the prototype was tested in December 1938, it was a disappointment in overall performance. The top speed of the new type exceeded that of the Ki-27 by 30 km/h, but there was a significant drop in manoeuvrability compared with the earlier fixed landing gear fighter. Going back to the drawing boards, the engineers experimented with changes in wing surface and power plants. The results, however, were still not good enough to convince the Japanese Army Air brass. But hope appeared for the aircraft when Army planners realised the need for long range fighters to participate in the upcoming Singapore campaign. They began to take another look at the previously marked-off Ki-43 as a possible candidate to fit the bill. Improvements on manoeuvrability were demonstrated by a new prototype in April 1941, and cruising range specs were passed with flying colours. The type was formally adopted. From June to August of that year about 30 Model 1 aircraft were assigned to the 59th Fighter Group. Most of them were sent to Birma, where they made an important contribution to the swift advances of the IJA campaign. With a new Hal 15 engine and refined airframe, the upgraded Model 2 went on to become the K-43 "Oscar", most familiar to early war Allied aviators, proving more than a match for their outdated Buffalos and P-40s. Later Allied types, such as the Spitfire and the P-38, however, turned the tables on the Ki-43. Despite this turn of events, the IJA continued to rely on the Ki-43 right up until the end of the war, mainly because of its efficiency and relatively simple maintenace requirements. The depicted model represents
an aircraft flown by the 1st Flight Regiment Commander, Maj. In december 1937 nan het Keizerlijke Japanse Leger de Nakajima K-27 in dienst. Op dat moment liep er al een contract voor het ontwerp en de constructie van een jager "voor de volgende generatie" die de aanduiding K-43 moest krijgen. Toen het prototype in december 1938 werd getest, was dit in alle opzichten een teleurstelling. Wel was de topsnelheid van het nieuwe type 30 km/u hoger dan die van de K-27, maar er was een aanzienlijke teruggang in wendbaarheid ten opzichte van de eerdere jager met vast landingsgestel. Terug aan de tekentafel experimenteerden de ingenieurs met veranderingen aan het vleugeloppervlak en de motor. De resultaten waren echter nog steeds niet goed genoeg om de hoge bazen van het leger te overtuigen. Maar er gloorde hoop voor het vliegtuig, toen de plannenmakers van het leger de noodzaak gingen inzien van lange-afstandsjagers voor de aanstaande aanval op Singapore. Ze gingen met andere ogen kijken naar de eerder afgeschreven K-43 als een mogelijke kandidaat om aan hun doel te beantwoorden. Verbeteringen aan de wendbaarheid werden in april 1941 gedemonstreerd aan een nieuw prototype en op het gebied van het vliegbereik slaagde het vliegtuig met vlag en wimpel. Het werd officieel geaccepteerd. Van juni tot augustus van dat jaar werden ongeveer 30 Model 1 toestellen gedetacheerd naar de 59ste Jagergroep. De meeste daarvan werden naar Birma gestuurd, waar zij een flinke rol speelden in de snelle voortgang van de veldtocht. Met de nieuwe Hal 15 motor en een verbeterde romp werd het Model 2 de K-43 "Oscar", goed bekend bij geallieerde vliegers in de eerste oorlogsjaren, waarin de Oscars beter waren dan de ouderwetse Buffalo's en P-40's. Latere geallieerde types zoals de Spitfire en de P-38 brachten daar verandering in. Desondanks bleven de Japanners bouwen op de K-43, zelfs tot het einde van de oorlog, vanwege de doeltreffendheid en de betrekkelijk eenvoudige onderhoudseisen. Het afgebeelde model vertegenwoordigt een toestel, gevlogen door de commandant van het 1ste Luchtmacht regiment, majoor Kinshiro Takeda, october 1942, Birma. |
